DEN HAAG – De Raad van State heeft woensdag 2 april 2025 uitspraak gedaan in het hoger beroep van een transportbedrijf tegen een boete van € 20.750,- die eerder werd opgelegd wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet (Atw). De Raad verlaagt de boete naar € 18.675,- vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Tijdens een bedrijfsinspectie door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werd vastgesteld dat het bedrijf onvoldoende registratie had bijgehouden van de rij- en rusttijden van een chauffeur. Hierdoor konden de verplichte M-bestanden niet worden aangeleverd voor controle, waardoor achttien overtredingen van de Atw zijn vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam had in eerste instantie de boete al gematigd naar € 19.712,50 vanwege een eerdere termijnoverschrijding. De Raad van State heeft deze boete nog verder verlaagd omdat zij concludeerde dat de termijnoverschrijding langer was dan eerder vastgesteld door de rechtbank.
Het bedrijf had aangevoerd dat zij door een menselijke fout de gevraagde gegevens niet tijdig had geleverd, maar dit is door de Raad van State niet als excuus aanvaard. Volgens de Raad van State is het bedrijf zelf verantwoordelijk voor het tijdig en correct aanleveren van de wettelijk verplichte gegevens.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat is veroordeeld tot het betalen van € 1.814,- aan proceskosten en het griffierecht van € 548,- aan het transportbedrijf.