LEEUWARDEN â Een transportbedrijf moet een boete van 280 euro betalen omdat een vrachtwagen met 35.000 liter melk door een rood verkeerslicht reed op de N35 in Zwolle. Volgens het bedrijf was het vanwege het hoge gewicht van de combinatie en het risico op scharen niet verantwoord om een noodstop te maken. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gaat daar niet in mee. Dat blijkt uit een vandaag, donderdag 8 oktober 2026, gepubliceerde uitspraak.
De overtreding vond plaats op 7 december 2023 om 18.36 uur op de N35 Heinoseweg in Zwolle. De vrachtwagen reed door een rood verkeerslicht, waarna aan het transportbedrijf als kentekenhouder een boete van 280 euro werd opgelegd.
Het bedrijf maakte bezwaar tegen de sanctie, maar kreeg bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter geen gelijk. Daarop werd hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Vrachtwagen woog meer dan 50.000 kilo
Volgens het transportbedrijf was het voor de chauffeur onmogelijk om de vrachtwagencombinatie nog tijdig en veilig tot stilstand te brengen.
De vrachtwagen vervoerde 35.000 liter melk en had volgens het bedrijf een totaalgewicht van meer dan 50.000 kilo. Door de korte duur van het gele verkeerslicht zou stoppen niet meer mogelijk zijn geweest.
Een noodstop had volgens de gemachtigde van het bedrijf het risico met zich meegebracht dat de trekker-opleggercombinatie zou scharen.
Daarbij werd aangevoerd dat het vervoer van vloeistoffen bijzondere risico’s met zich meebrengt. Door de beweging van de vloeibare lading ontstaan dynamische krachten die van invloed kunnen zijn op het remgedrag van de vrachtwagen.
Volgens het bedrijf reed de chauffeur defensief en hield hij zich aan de maximumsnelheid.
Ook stelde de gemachtigde dat de theoretische remwegberekening van de advocaat-generaal onvoldoende rekening hield met de werkelijke omstandigheden van een zwaarbeladen tankwagen.
Theoretische stopafstand van 57,25 meter
De advocaat-generaal had aan de hand van een remwegformule berekend dat de vrachtwagen zich op 103,83 meter van de stopstreep bevond toen het verkeerslicht op geel sprong.
Volgens die berekening bedroeg de benodigde stopafstand 57,25 meter.
Het transportbedrijf betwistte dat deze theoretische berekening voldoende duidelijkheid gaf over de vraag of de vrachtwagen onder de werkelijke omstandigheden veilig kon stoppen.
Volgens de gemachtigde zegt een dergelijke berekening vooral iets over de remprestaties die bij de toelating van een voertuig worden vereist, maar niet zonder meer over de veilige remmogelijkheden van een zwaarbeladen trekker-opleggercombinatie met vloeibare lading.
Het bedrijf wees er daarnaast op dat alle assen van de oplegger op het wegdek stonden. Dat zou aantonen dat de oplegger zwaarbeladen was, omdat bij een lichtere belading de voorste as automatisch wordt opgetrokken.
Hof: chauffeur moet rekening houden met zware lading
Het gerechtshof erkent dat een noodstop met een zwaarbeladen vrachtwagen die vloeistoffen vervoert gevaarlijk kan zijn.
Volgens het hof betekent dit echter niet automatisch dat door rood rijden gerechtvaardigd is.
Het hof benadrukt dat van iedere bestuurder mag worden verwacht dat hij zijn voertuig onder alle omstandigheden tijdig en op verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand kan brengen.
Daarbij moet een chauffeur anticiperen op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zo aanpassen dat veilig kan worden gestopt.
Volgens het hof geldt deze verantwoordelijkheid des te meer wanneer zware lading wordt vervoerd.
Wanneer een verkeerslicht op geel springt, moet een bestuurder in beginsel stoppen. Alleen wanneer het verkeerslicht zo dicht is genaderd dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is, mag worden doorgereden.
Dat een noodstop met een zwaarbeladen vrachtwagen gevaarlijk kan zijn, maakt volgens het hof niet dat de chauffeur geen rekening hoefde te houden met deze omstandigheden.
Ook door rood rijden met een zware vrachtwagen kan immers gevaar opleveren.
Onvoldoende aangetoond dat stoppen onmogelijk was
Het gerechtshof beschouwt de berekening van de advocaat-generaal als theoretisch, maar vindt dat deze wel richting geeft bij de beoordeling van de situatie.
Uit de berekening blijkt niet dat de vrachtwagen zich zo dicht bij het verkeerslicht bevond dat stoppen redelijkerwijs onmogelijk was.
Volgens het hof had het transportbedrijf aannemelijk moeten maken dat veilig stoppen desondanks niet mogelijk was. Daarin is het bedrijf niet geslaagd.
Het hof wil aannemen dat de combinatie zwaarbeladen was met vloeistoffen en dat een noodstop gevaar kon opleveren. Dat is volgens de rechters echter onvoldoende om vast te stellen dat de chauffeur voldoende had geanticipeerd en toch geen andere mogelijkheid had dan door rood te rijden.
Ook de verklaring dat de chauffeur defensief reed en niet te hard reed, maakt de overtreding volgens het hof niet onverwijtbaar.
Boete blijft gehandhaafd
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft daarom de eerdere beslissing van de kantonrechter bevestigd.
De boete van 280 euro blijft in stand. Het verzoek van het transportbedrijf om een proceskostenvergoeding is eveneens afgewezen.
De uitspraak werd op 2 september 2026 gedaan en op 8 oktober 2026 gepubliceerd.






