DEN HAAG – Een pluimveehouder kan de verantwoordelijkheid voor het welzijn van kuikens tijdens het vervoer niet volledig bij de vangploeg, slachterij of vrachtwagenchauffeur neerleggen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft dat bepaald in twee vandaag gepubliceerde uitspraken over overtredingen van de regels voor het vervoer van dieren. In beide zaken blijven opgelegde boetes in stand, maar worden deze vanwege de lange duur van de procedures verlaagd van 1.500 naar 1.275 euro.
In de eerste zaak ging het om kuikens die in februari 2021 vanuit een pluimveebedrijf naar slachterij Plukon Blokker werden vervoerd. Een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleerde de transportcontainers in de aanvoerhal van de slachterij.
In meerdere lades zaten volgens de toezichthouder veel meer kuikens dan toegestaan. Voor het transport waren 30 dieren per lade gepland en de maximale wettelijke belading bedroeg 35 kuikens per lade.
In een van de gecontroleerde lades werden 52 kuikens aangetroffen, waarvan twee dood. Dat waren er zeventien meer dan de maximale beladingsnorm. In een andere lade zaten 50 kuikens, vijftien meer dan toegestaan. Ook werd een lade met 40 kuikens aangetroffen.
Hittestress bij kuikens
Volgens de NVWA waren sommige lades zo vol dat dieren op elkaar moesten zitten. De kuikens waren onrustig, maakten piepende geluiden en verschillende dieren vertoonden zogenoemde ‘panting’. Volgens de toezichthouder waren dit uitingen van hittestress.
De staatssecretaris legde de pluimveehouder vanwege de overtreding van de Transportverordening een boete van 1.500 euro op.
De pluimveehouder stelde onder meer dat niet hij, maar de slachterij en vrachtwagenchauffeur verantwoordelijk waren voor de overbelading. Voor het vangen van de 81.710 dieren, die in 2.688 lades werden geladen, was bovendien een gecertificeerd vangbedrijf ingeschakeld.
Volgens de pluimveehouder was de overbelading ontstaan door een storing van de vangmachine. De machine moest automatisch stoppen wanneer het maximaal toegestane gewicht van een lade was bereikt, maar zou door vervuiling niet goed hebben gewerkt.
Containers buiten stal controleren
Het College gaat daar niet in mee. Volgens de rechter hebben alle partijen die betrokken zijn bij het vervoeren en laten vervoeren van dieren een eigen verantwoordelijkheid. Dat geldt voor de pluimveehouder, de vangploeg en de vervoerder.
Ook als de vangmachine inderdaad een storing had, eindigde de verantwoordelijkheid van de pluimveehouder volgens het College niet op het moment dat de containers uit de donkere stal werden gereden om op de vrachtwagen te worden geladen.
De pluimveehouder had de containers volgens de rechter buiten de stal, in het daglicht of zo nodig met kunstlicht, op de plaats van vertrek moeten controleren.
Het College oordeelt daarom dat de overtreding aan de pluimveehouder kan worden verweten.
Kuikens met vleugels bekneld
In een tweede vandaag gepubliceerde uitspraak ging het eveneens om het vervoer van kuikens per vrachtwagen.
Een toezichthoudend dierenarts van de NVWA controleerde op 16 februari 2021 een vrachtwagen met transportcontainers op het terrein van een slachthuis. In de drie onderste lagen van de containers werden drie kuikens aangetroffen die met een vleugel bekneld zaten tussen een lade en het frame erboven.
In de bovenste lagen werden nog eens vier kuikens met een beknelde vleugel aangetroffen. De beknellingen bevonden zich aan de buitenzijde van de containers en waren volgens de toezichthoudend dierenarts al vanaf een afstand zichtbaar.
Ook in deze zaak werd een boete van 1.500 euro opgelegd.
Het pluimveebedrijf stelde dat de vleugelbeknellingen mogelijk waren ontstaan doordat de shovelmachinist de containers te ruw in de vrachtwagen had geladen. Een andere mogelijkheid was volgens het bedrijf dat de vrachtwagenchauffeur onderweg naar het slachthuis te hard over een verkeersdrempel of rotonde was gereden.
Daarnaast zouden beschadigde transportcontainers een rol kunnen hebben gespeeld.
Ook chauffeur heeft eigen verantwoordelijkheid
Het College volgt deze argumenten niet. De pluimveehouder, vangploeg en vervoerder hebben volgens de rechter ieder een eigen verantwoordelijkheid voor de bescherming van de dieren.
Dat een vangploeg of vrachtwagenchauffeur mogelijk fouten heeft gemaakt, betekent daarom niet automatisch dat het pluimveebedrijf zelf niet verantwoordelijk is.
Het mogelijk te ruw laden door de shovelmachinist viel volgens het College bovendien wel degelijk onder de verantwoordelijkheid van het pluimveebedrijf. Het bedrijf had de machinist kunnen instrueren voorzichtiger te laden en had de containers op de plaats van vertrek moeten controleren.
Ook het argument dat de vrachtwagenchauffeur mogelijk te ruw had gereden, slaagt niet. Volgens de staatssecretaris waren de containers met haarpinnen vastgezet. Daarnaast zorgde het gewicht van de bovenliggende geladen containers, ongeveer 80 kilogram per container, ervoor dat de containers tijdens het transport niet konden bewegen. Het pluimveebedrijf heeft daar volgens het College onvoldoende tegenover gesteld.
Het bedrijf kon evenmin aannemelijk maken dat de vleugelbeknellingen het gevolg waren van beschadigde containers.
Boetes verlaagd vanwege lange procedures
In beide zaken oordeelt het College dat de opgelegde boete terecht was. De procedures hebben echter te lang geduurd.
Voor procedures over bestuurlijke boetes in drie instanties geldt in beginsel een redelijke termijn van vier jaar. In beide zaken was die termijn met ruim een jaar overschreden. De vertraging was volledig toe te rekenen aan de rechterlijke fase.
Het College heeft daarom beide boetes ambtshalve met 15 procent verlaagd. In plaats van 1.500 euro moeten de pluimveehouder en het pluimveebedrijf ieder 1.275 euro betalen.
De uitspraken zijn op 29 september 2026 gepubliceerd door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.






