AMSTERDAM – Een transportbedrijf dat slachtoffer werd van misbruik van tankpassen moet de brandstoffacturen van ruim 137.000 euro toch betalen. Het bedrijf probeerde in hoger beroep onder betaling van een groot deel van de facturen uit te komen en stelde onder meer dat de brandstofleverancier betrokken was bij de fraude of zijn zorgplicht had geschonden. Het gerechtshof Amsterdam gaat daar niet in mee. Volgens het hof was het transportbedrijf zelf onzorgvuldig met de tankpassen en komt het risico van misbruik op grond van de algemene voorwaarden voor rekening van het bedrijf. Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerde uitspraak.
Het transportbedrijf beschikt over diverse voertuigen en gebruikte voor het tanken passen van een brandstofleverancier. Het bedrijf kreeg wekelijks facturen waarop onder meer het gebruikte tankpasnummer, de datum, het tijdstip en de locatie van de brandstofafname stonden. Daarnaast kon het gebruik van de tankpassen tussentijds via een online portal worden gecontroleerd.
In augustus 2022 merkte het transportbedrijf dat de rekeningen voor brandstof veel hoger waren dan gebruikelijk. Na onderzoek van camerabeelden concludeerde het bedrijf dat anderen dan eigen medewerkers met de tankpassen brandstof hadden afgenomen. De directeur deed daarop op 8 september 2022 aangifte bij de politie.
Tankpassen werden niet gemist
Uit de aangifte bleek dat het bedrijf ongeveer veertig bestelwagens had en circa twintig tankpassen in omloop waren. Die passen waren niet aan een specifiek voertuig gekoppeld, maar aan hoofdchauffeurs.
De directeur ontdekte onder meer dat met een bepaalde tankpas meerdere keren op dezelfde dag was getankt bij een tankstation in Uitgeest. De hoofdchauffeur aan wie de pas gekoppeld was, wist niet meer welke chauffeur de pas in bezit had. Een tweede pas bleek eveneens te zijn gebruikt voor tankbeurten in Uitgeest en Limmen die niet door chauffeurs van het bedrijf waren uitgevoerd.
Opvallend is dat de betreffende passen niet als vermist waren opgegeven. Hoofdchauffeurs beschikten over meerdere passen. Sommige chauffeurs droegen deze bij zich, terwijl anderen de tankpassen in de bestelwagens achterlieten. Bij een andere tankpas ontstond het vermoeden dat een kopie werd gebruikt, omdat de chauffeur de originele pas nog in zijn bezit had. Het bedrijf vermoedde bij de aangifte aanvankelijk dat voor ongeveer 25.000 euro ten onrechte was getankt.
Geschil over ruim 96.000 euro
De brandstofleverancier stuurde het transportbedrijf uiteindelijk voor in totaal 137.277,39 euro aan facturen voor brandstof die met de tankpassen was afgenomen. Het transportbedrijf stelde dat daarvan 96.382,84 euro niet betaald hoefde te worden, omdat het die brandstof naar eigen zeggen niet zelf had afgenomen.
De rechtbank Noord-Holland wees die vordering eerder af. Volgens de rechtbank was onvoldoende onderbouwd dat de brandstofleverancier een zorgplicht had geschonden of betrokken was geweest bij het gestelde misbruik. Bovendien was het transportbedrijf volgens de rechtbank zelf onzorgvuldig met de tankpassen omgegaan. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden kwam het risico van fraude met de passen voor rekening van het transportbedrijf.
Het bedrijf ging daarop in hoger beroep.
Hof: risico ligt bij transportbedrijf
Het gerechtshof Amsterdam komt tot dezelfde conclusie. In de algemene voorwaarden staat volgens het hof duidelijk dat de deelnemer vanaf het moment waarop de pincode is verstrekt aansprakelijk is voor verplichtingen die voortvloeien uit het gebruik van de tankpas met pincode.
Ook transacties als gevolg van verlies, diefstal of misbruik komen volgens die voorwaarden voor rekening van de gebruiker totdat daarvan melding is gemaakt bij de brandstofleverancier. Het hof wijst erop dat deze voorwaarden tussen professionele partijen zijn overeengekomen.
Volgens het hof had het transportbedrijf beleid moeten voeren om zorgvuldig gebruik van de tankpassen te waarborgen. Van het bedrijf mocht minimaal worden verwacht dat het registreerde wie welke tankpas had, instructies gaf over het bewaren ervan en regelmatig de transacties controleerde.
‘Niemand wist wie welke pas had’
Het hof is kritisch over de manier waarop het transportbedrijf met de tankpassen omging. Volgens het arrest wist binnen het bedrijf niemand precies wie welke pas in bezit had en waar de passen werden bewaard. Passen raakten kwijt zonder dat dit werd opgemerkt, sommige chauffeurs hadden meerdere passen en andere chauffeurs lieten tankpassen in voertuigen liggen.
Ook werden de transacties volgens het hof kennelijk niet regelmatig gecontroleerd. Zo ontdekte het bedrijf pas in augustus 2022 dat met een bepaalde tankpas al sinds mei iets misging. Via het online portal had het bedrijf de afzonderlijke tankpassen continu kunnen volgen en bij vermoedens van fraude direct kunnen blokkeren.
Het hof vindt het daarom “misplaatst” dat het transportbedrijf de brandstofleverancier verwijt dat deze het misbruik eerder had moeten signaleren en daarvoor had moeten waarschuwen.
Geen bewijs voor betrokkenheid brandstofleverancier
Het transportbedrijf stelde ook dat sprake was van interne brandstoffraude bij de leverancier. Daarvoor zijn volgens het hof echter onvoldoende concrete feiten aangevoerd.
Het bedrijf stelde in de procedure dat met tien verschillende tankpassen zou zijn gefraudeerd en koppelde daaraan het bedrag van 96.382,84 euro. Volgens het hof strookt dat niet met de aangifte, waarin drie tankpassen werden genoemd en werd gesproken over een veel lager vermoedelijk schadebedrag.
Het hof benadrukt bovendien dat alle brandstof waarover het geschil gaat daadwerkelijk is afgenomen met tankpassen die aan het transportbedrijf waren verstrekt. Dat de brandstofleverancier bij de fraude betrokken zou zijn geweest, is volgens het hof onvoldoende onderbouwd.
Ook hoger beroep verloren
Daar komt bij dat het transportbedrijf volgens het hof in hoger beroep formeel al tegen een probleem aanliep: het had de verkeerde partij gedagvaard. Uit de stukken bleek volgens het hof dat de overeenkomst voor de tankpassen met een andere rechtspersoon binnen de onderneming van de leverancier was gesloten. Ook om die reden strandde het hoger beroep.
Het gerechtshof bekrachtigt het eerdere vonnis. Het misbruik van de tankpassen komt voor rekening van het transportbedrijf en alle facturen moeten worden betaald. Het bedrijf moet daarnaast 4.755 euro aan proceskosten voor het hoger beroep betalen.






