DEN HAAG – De Nederlandse Biodiesel uit Afval Alliantie (NBAA) roept de overheid op om de inzet van biodiesel uit afval in het Nederlandse transport aanzienlijk te vergroten. De alliantie heeft dinsdag 22 september een Actieplan gepresenteerd aan vier Tweede Kamerleden. Daarin pleit zij onder meer voor het stimuleren van hogere biodieselpercentages in het zware wegtransport, het wegnemen van garantiebeperkingen bij vrachtwagenfabrikanten en meer zekerheid voor Nederlandse biodieselproducenten. Volgens de alliantie kan de bestaande Nederlandse productiecapaciteit jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen ton CO₂-equivalent aan uitstoot besparen.
Het Actieplan werd aangeboden aan de Kamerleden Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66), Jantine Zwinkels (CDA), Henk Vermeer (BBB) en Maarten Goudzwaard (JA21).
Met het plan vraagt de alliantie aandacht voor de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele diesel. Volgens de organisatie maken geopolitieke spanningen en hoge dieselprijzen duidelijk dat Nederland kwetsbaar is voor verstoringen in de internationale energievoorziening.
Biodiesel uit afval, ook wel FAME genoemd, kan volgens de alliantie een grotere rol spelen bij het verminderen van deze afhankelijkheid. De brandstof wordt geproduceerd uit onder meer gebruikte frituurolie, afvaloliën en dierlijke vetten en kan in verschillende percentages worden bijgemengd in fossiele diesel.
Productiecapaciteit voldoende voor 115.000 vrachtwagens op B30
De vijf aangesloten bedrijven beschikken gezamenlijk over een jaarlijkse productiecapaciteit van ongeveer 710 kiloton biodiesel uit afval in Nederland. Dat komt overeen met ruim 806 miljoen liter.
Volgens berekeningen in het Actieplan vertegenwoordigt deze hoeveelheid ongeveer 13,4 procent van het in Nederland geregistreerde dieselvolume in 2025. Omgerekend komt dat overeen met bijna 49 dagen aan Nederlands dieselvolume.
Wanneer de volledige Nederlandse productiecapaciteit wordt benut om fossiele diesel te vervangen, kan volgens de alliantie jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen ton CO₂-equivalent aan uitstoot worden vermeden.
In het Actieplan wordt bovendien berekend dat de Nederlandse productiecapaciteit voldoende is om jaarlijks ongeveer 115.000 vrachtwagens van B30-brandstof te voorzien. B30 bestaat voor 30 procent uit biodiesel en voor het overige deel uit conventionele diesel.
Hogere biodieselpercentages in zwaar wegtransport
Een belangrijk onderdeel van het Actieplan is het vergroten van het gebruik van biodiesel in het zware wegtransport.
Volgens de alliantie biedt deze sector op korte termijn aanzienlijke mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Elektrische vrachtwagens worden weliswaar steeds vaker ingezet, maar de verdere elektrificatie wordt volgens het rapport nog beperkt door hoge aanschafkosten, de beschikbaarheid van laadinfrastructuur en netcongestie.
Het bestaande vrachtwagenpark rijdt bovendien nog vrijwel volledig op diesel.
Volgens cijfers van het CBS die in het Actieplan worden aangehaald, stonden op 1 januari 2026 in Nederland meer dan 144.000 dieselvrachtwagens en trekker-opleggercombinaties geregistreerd. Daarmee vertegenwoordigen dieselvoertuigen ongeveer 96 procent van het commerciële zware voertuigenpark.
Deze voertuigen leggen gemiddeld bijna 69.000 kilometer per jaar af.
De alliantie wil daarom dat het gebruik van biodiesel in bestaande vrachtwagens wordt uitgebreid van de huidige lage bijmengpercentages naar B20 en B30, waarbij respectievelijk 20 en 30 procent biodiesel wordt bijgemengd.
Volgens de berekeningen in het Actieplan kan een dergelijke verhoging binnen het zware wegtransport een potentiële jaarlijkse CO₂-reductie opleveren van respectievelijk 1,32 miljoen ton bij B20 en 2,34 miljoen ton bij B30.
Garantievoorwaarden vrachtwagenfabrikanten vormen belemmering
Hoewel hogere biodieselpercentages volgens de alliantie technisch toepasbaar zijn in bestaande dieselmotoren, vormen de garantievoorwaarden van vrachtwagenfabrikanten een belangrijke belemmering.
Niet alle fabrikanten hebben het gebruik van B20 of B30 in hun voertuigen goedgekeurd. Transportbedrijven kunnen daardoor terughoudend zijn met het gebruik van deze brandstoffen.
De alliantie roept de overheid op om samen met vrachtwagenfabrikanten, brandstofleveranciers en wagenparkbeheerders te werken aan het wegnemen van deze belemmeringen.
Ook pleit de organisatie voor onderzoek naar fiscale stimuleringsmaatregelen en voor het ondersteunen van praktijkproeven met B20 en B30 in commerciële wagenparken.
Daarnaast moeten fabrikanten volgens de alliantie worden gestimuleerd om hun garantievoorwaarden uit te breiden, zodat transportbedrijven hogere biodieselpercentages kunnen gebruiken zonder onzekerheid over de fabrieksgarantie.
Biodiesel ook voor binnenvaart en zeevaart
Naast het wegtransport ziet de alliantie mogelijkheden voor een grotere inzet van biodiesel in de binnenvaart en zeevaart.
Veel binnenvaartschepen blijven nog tientallen jaren in gebruik. Volgens de organisatie kan het bijmengen van biodiesel bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot zonder dat schepen ingrijpend hoeven te worden aangepast.
De alliantie verwijst daarbij naar onderzoek van TNO, waaruit volgens het Actieplan blijkt dat hogere biodieselpercentages onder de juiste operationele omstandigheden en bij naleving van de brandstofkwaliteitsnormen kunnen worden toegepast zonder dat dit ten koste gaat van de motorprestaties of betrouwbaarheid.
Wel vraagt de organisatie om duidelijke richtlijnen voor brandstofkwaliteit, opslag en motoronderhoud.
Voor de zeevaart pleit de alliantie ervoor om biodiesel uit zogenoemde Annex IX-B-grondstoffen, waaronder gebruikte frituurolie en bepaalde dierlijke vetten, mee te laten tellen voor de Nederlandse brandstoftransitieverplichting.
Volgens de alliantie sluit het huidige Nederlandse beleid deze brandstoffen uit, terwijl ze binnen de Europese regelgeving voor de verduurzaming van de scheepvaart, FuelEU Maritime, wel kunnen worden ingezet.
De organisatie wil dat Nederland deze regels beter op elkaar afstemt en de beschikbaarheid van duurzame biodiesel in Nederlandse havens vergroot.
Acht beleidsaanbevelingen
Het Actieplan bevat acht aanbevelingen waarmee de alliantie de productie en toepassing van biodiesel in Nederland wil stimuleren.
De eerste vier aanbevelingen richten zich op het versterken van de Nederlandse en Europese energiezekerheid en de positie van de biodieselindustrie.
De alliantie vraagt de overheid om de productie van biodiesel te erkennen als een strategisch onderdeel van het energie- en industriebeleid. Daarnaast moet de toegang tot duurzame afval- en reststromen worden gewaarborgd en is volgens de organisatie langjarige beleidszekerheid noodzakelijk om investeringen in Nederlandse productiefaciliteiten mogelijk te maken.
Ook pleit de alliantie voor een technologieneutrale benadering, waarbij elektrificatie en duurzame biobrandstoffen elkaar aanvullen.
De overige vier aanbevelingen richten zich op het vergroten van het gebruik van biodiesel in verschillende transportsectoren.
Daarbij gaat het om een routekaart voor de invoering van B10 als standaard dieselbrandstof voor personenauto’s, het ondersteunen van B20 en B30 in het zware wegtransport, het verruimen van de mogelijkheden voor biodiesel in de zeevaart en het verbeteren van de kennis over de geschiktheid van hogere biodieselpercentages bij brandstofgebruikers en wagenparkbeheerders.
‘Recordhoge dieselprijzen zijn harde herinnering’
Dickon Posnett, covoorzitter van de Nederlandse Biodiesel uit Afval Alliantie, benadrukt dat de huidige dieselprijzen volgens hem duidelijk maken hoe belangrijk een betrouwbare energievoorziening is.
“Recordhoge dieselprijzen zijn een harde herinnering dat energiezekerheid niet vanzelfsprekend is”, aldus Posnett.
“Biodiesel uit afval biedt een oplossing die vandaag beschikbaar is, in Europa wordt geproduceerd, duurzaam is en kan worden ingezet via de bestaande transportinfrastructuur.”
Volgens Posnett moet het Actieplan bijdragen aan het wegnemen van resterende belemmeringen en het creëren van duidelijk en voorspelbaar beleid.
Daarmee wil de alliantie de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen verminderen, het transport sneller verduurzamen en bijdragen aan het behalen van de Nederlandse klimaatdoelstellingen.
Vijf bedrijven aangesloten bij alliantie
De Nederlandse Biodiesel uit Afval Alliantie werd in 2021 opgericht om de positie van biodiesel uit afval binnen het Nederlandse en Europese beleid te versterken.
Bij de organisatie zijn momenteel vijf bedrijven aangesloten: Argent Energy, Eco Fuels Netherlands (Bio Oil Group), Greenergy, Chevron Renewable Energy Group en Muenzer.
De alliantie werkt daarnaast samen met Europese brancheorganisaties om de productie en toepassing van duurzame biobrandstoffen verder te stimuleren.






