AMSTERDAM – Het gerechtshof Amsterdam heeft de strafzaak beëindigd tegen een vrachtwagenchauffeur die in 2022 in Amsterdam met zijn vrachtwagen over een fietsster reed. De chauffeur was eerder veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden. Na een succesvol mediationtraject liet het slachtoffer echter weten geen verdere vervolging van de chauffeur te willen. Het hof heeft daarom bepaald dat de strafzaak is geëindigd.
Het ongeval gebeurde op 13 mei 2022 op de Stadionweg in Amsterdam. De vrachtwagenchauffeur reed in de richting van de Beethovenstraat en sloeg ter hoogte van die straat rechtsaf.
Een fietsster reed in dezelfde richting over het parallel aan de weg gelegen fietspad. Tijdens het afslaan kwam de vrachtwagen met de vrouw in botsing en reed de vrachtwagen over haar heen. Volgens de tenlastelegging liep de fietsster daarbij zwaar lichamelijk letsel op, waaronder meerdere botbreuken.
Eerder 80 uur taakstraf opgelegd
De rechtbank Amsterdam veroordeelde de vrachtwagenchauffeur op 5 juni 2025 voor het veroorzaken van het verkeersongeval. Hij kreeg een taakstraf van 80 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden, met een proeftijd van één jaar.
De chauffeur ging tegen die uitspraak in hoger beroep. Daardoor kwam de zaak bij het gerechtshof Amsterdam terecht.
Nog voordat de zaak in hoger beroep inhoudelijk werd behandeld, vroeg de verdediging het hof om de strafzaak te beëindigen. Daarbij speelde een mediationtraject tussen de vrachtwagenchauffeur en het slachtoffer een belangrijke rol.
Slachtoffer koestert geen wrok
De chauffeur en het slachtoffer voerden op 7 december 2023 een gezamenlijk mediationgesprek. Dat traject werd succesvol afgerond en beide partijen ondertekenden dezelfde dag een slotovereenkomst.
Volgens het hof blijkt daaruit dat sprake is geweest van een “open, begripvol en verzoenend gesprek”. De partijen wensten elkaar het beste en het slachtoffer gaf aan geen wrok tegen de vrachtwagenchauffeur te koesteren.
In augustus van dit jaar werd het slachtoffer opnieuw gevraagd of zij na de geslaagde mediation nog wilde dat de chauffeur verder strafrechtelijk werd vervolgd. Zij liet nadrukkelijk weten daar geen prijs op te stellen.
Ook Openbaar Ministerie wilde zaak beëindigen
Ook het Openbaar Ministerie zag geen redelijk strafvorderlijk belang meer bij voortzetting van de zaak. De advocaat-generaal wees er onder meer op dat de chauffeur niet eerder voor een verkeersdelict was veroordeeld en dat het ongeval ook op hem een enorme indruk heeft gemaakt.
Daarnaast woog voor het OM mee dat de mediation succesvol was verlopen en het slachtoffer geen verdere vervolging wilde.
De verdediging stelde eveneens dat verdere vervolging geen strafdoel meer zou dienen. Zowel de chauffeur als het slachtoffer waren volgens de verdediging zwaar getroffen door de gevolgen van het ongeval.
Hof vernietigt eerdere veroordeling
Het gerechtshof komt daardoor niet meer toe aan een inhoudelijke beoordeling van de beschuldigingen tegen de vrachtwagenchauffeur.
Sinds juli 2026 kunnen ook gerechtshoven na een succesvol mediationtraject een zogenoemde eindezaakverklaring uitspreken. Daarvoor moet onder meer sprake zijn van een positief afgeronde mediation en moet het hof van oordeel zijn dat de zaak zonder verdere inhoudelijke behandeling kan worden beëindigd.
Volgens het hof is in deze zaak aan die voorwaarden voldaan. Het eerdere vonnis van de rechtbank Amsterdam wordt vernietigd en het hof verklaart dat de strafzaak tegen de vrachtwagenchauffeur is geëindigd vanwege de positieve uitkomst van de mediation.
Dat betekent dus ook dat de eerder opgelegde taakstraf van 80 uur en de voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden niet in stand blijven.







