DEN HAAG – Je leest op Transport Online soms dat een vrachtwagenchauffeur bij een controle of na een ongeval positief test op alcohol of drugs. Maar wat als je als chauffeur ervan overtuigd bent dat de uitslag niet klopt? Kun je daar iets tegen doen? Het antwoord is ja. Bestuurders hebben het recht om onder voorwaarden een tegenonderzoek te laten uitvoeren. Daarvoor gelden wel duidelijke regels en termijnen.
Het recht op tegenonderzoek geldt wanneer uit een ademanalyse blijkt dat een bestuurder te veel alcohol heeft gebruikt, of wanneer bloedonderzoek uitwijst dat de wettelijke grenswaarden voor drugs en/of geneesmiddelen zijn overschreden.
De procedure verschilt daarbij tussen alcohol enerzijds en drugs en geneesmiddelen anderzijds.
Bij alcohol direct tegenonderzoek aanvragen
Wie na een ademanalyse vanwege alcoholgebruik een tegenonderzoek wil, moet dat direct bij de politie aangeven nadat de uitslag bekend is gemaakt. De politie moet de bestuurder op dat moment informeren over het recht op tegenonderzoek.
Het tegenonderzoek wordt altijd uitgevoerd door middel van bloedonderzoek. Wanneer het uitsluitend om alcohol gaat, wordt daarvoor zo snel mogelijk bloed bij de bestuurder afgenomen.
Bij drugs en/of geneesmiddelen wordt bij het oorspronkelijke bloedonderzoek al rekening gehouden met de mogelijkheid van een tegenonderzoek. Daarvoor wordt het tweede buisje bloed gebruikt dat bij de bestuurder is afgenomen.
Ook wanneer sprake is van een combinatie van drugs en/of geneesmiddelen en alcohol wordt dit tweede buisje gebruikt.
Bestuurder mag zelf laboratorium kiezen
De bestuurder mag zelf bepalen bij welk laboratorium het tegenonderzoek wordt uitgevoerd. Het moet wel gaan om een geaccrediteerd laboratorium dat deskundig is in het uitvoeren van de vereiste bio-analyses en dat voldoet aan de wettelijke eisen uit het Besluit en de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
In de overheidsinformatie worden onder meer Eurofins Forensic Belgium in Brugge en het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam als voorbeelden genoemd.
De bestuurder moet zelf bij het gekozen laboratorium informeren of het tegenonderzoek kan worden uitgevoerd en hoeveel dit kost.
Vier weken om laboratorium te betalen
De kosten van het tegenonderzoek komen in eerste instantie voor rekening van de bestuurder. Het laboratorium begint pas met het onderzoek nadat het verschuldigde bedrag is ontvangen.
Bij een tegenonderzoek naar uitsluitend alcohol moet ook worden betaald voor de bloedafname. Dit bedrag wordt direct aan de politie betaald. Bij drugs en/of geneesmiddelen hoeft niet apart voor de bloedafname te worden betaald.
Daarnaast zijn er kosten voor het versturen van het bloed naar het gekozen laboratorium en voor de daadwerkelijke analyse.
Belangrijk is de termijn: binnen vier weken nadat de uitslag van het oorspronkelijke bloedonderzoek bekend is gemaakt, moet het gekozen laboratorium zijn betaald.
Voor de aanvraag zijn onder meer naam, geslacht, geboortedatum, burgerservicenummer (BSN) en het Sporenidentificatienummer (SIN) nodig.
Laboratorium regelt verzending bloed bij drugsonderzoek
Bij een tegenonderzoek naar drugs regelt het gekozen laboratorium de overdracht van het bloed met het laboratorium dat het oorspronkelijke onderzoek heeft uitgevoerd. Dat gebeurt nadat de betaling binnen de daarvoor geldende termijn is ontvangen.
De bestuurder moet de uitslag van het tegenonderzoek vervolgens zelf meenemen naar de rechtszitting.
Kosten mogelijk terug bij uitslag onder grenswaarde
Een tegenonderzoek kan ook gevolgen hebben voor de gemaakte kosten. Wanneer uit het tweede onderzoek blijkt dat de hoeveelheid alcohol, drugs en/of geneesmiddelen lager was dan de wettelijk vastgestelde grenswaarde, kan de rechter bepalen dat de kosten van het tegenonderzoek worden vergoed.
Dat geldt niet wanneer het gebruikte laboratorium of de uitvoering van het tegenonderzoek niet aan de wettelijke eisen voldoet. Voor vergoeding van de kosten kan de betrokkene zich volgens de overheidsinformatie wenden tot de zaaksofficier van justitie.







