DEN HAAG – Schiphol had Transport en Logistiek Nederland (TLN) moeten informeren en raadplegen voordat de tarieven en voorwaarden voor de periode van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2028 werden vastgesteld. Dat concludeert de Autoriteit Consument & Markt (ACM) na een nieuwe inhoudelijke beoordeling van een klacht van TLN. Toch blijven de tarieven en voorwaarden in stand.
Schiphol stelde op 31 oktober 2024 de tarieven en voorwaarden voor de periode 2025-2027 vast. Deze gingen op 1 april 2025 in. Air Cargo Netherlands (ACN), TLN en Fenex dienden op 27 november 2024 gezamenlijk een aanvraag in bij de ACM om te laten beoordelen of de tarieven en voorwaarden in strijd waren met de Wet luchtvaart.
Aanvankelijk verklaarde de ACM de aanvragen van TLN en Fenex niet-ontvankelijk. Volgens de toezichthouder waren zij geen representatieve organisaties in de zin van de Wet luchtvaart. De klacht van ACN werd wel inhoudelijk behandeld en uiteindelijk afgewezen.
CBb: TLN is wél representatieve organisatie
TLN en Fenex gingen tegen de niet-ontvankelijkverklaring in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Dat leidde op 28 juli 2026 tot een andere uitkomst.
Het CBb oordeelde dat TLN wel degelijk als representatieve organisatie kan worden beschouwd voor drie luchtvaartgebruikers die zijn aangesloten bij het binnen TLN en Fenex bestaande netwerk Dutch Express Association (DEA). Het gaat om DHL, FedEx en UPS, drie koeriers- en expressdienstverleners met een eigen vliegtuigvloot.
Voor wegvervoerders en expediteurs geldt dat overigens niet. Het CBb oordeelde dat TLN in die hoedanigheid geen representatieve organisatie is in de zin van de Wet luchtvaart. Fenex werd evenmin als representatieve organisatie aangemerkt.
Het CBb droeg de ACM vervolgens op om binnen drie weken alsnog een nieuw besluit te nemen over de aanvraag van TLN.
Meeste bezwaren TLN afgewezen
De ACM heeft de klacht van TLN daarop alsnog inhoudelijk beoordeeld. Voor zover de bezwaren overeenkomen met die van ACN, ziet de toezichthouder geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Die onderdelen van de aanvraag van TLN zijn daarom ongegrond verklaard.
TLN had daarnaast specifiek aangevoerd dat Schiphol de organisatie niet had betrokken bij de tariefswijziging. Volgens TLN had Schiphol daardoor mogelijk onvoldoende oog voor de gevolgen van de tariefstijging voor de luchtvrachtsector.
Schiphol overtrad regels door TLN niet te raadplegen
Op dat punt krijgt TLN gedeeltelijk gelijk. Omdat TLN de drie gebruikers binnen DEA vertegenwoordigt, is de organisatie volgens de ACM in die hoedanigheid een representatieve organisatie. Schiphol had TLN daarom een kennisgeving moeten sturen van zowel het voorstel als de uiteindelijke vaststelling van de tarieven en voorwaarden. Ook had TLN vóór de vaststelling moeten worden geraadpleegd.
Dat gebeurde niet. Schiphol stuurde de informatie wel naar DHL en naar ACN, waarbij DHL, FedEx en UPS eveneens zijn aangesloten. TLN zelf ontving de kennisgevingen echter niet.
De ACM merkt daarbij op dat het voorstelbaar is dat Schiphol TLN niet informeerde, omdat TLN zich vóór die tijd niet bij Schiphol had gemeld als representatieve organisatie. Schiphol kon volgens de ACM daarom niet weten dat TLN in die hoedanigheid optrad. Dat neemt de wettelijke verplichting om TLN te informeren en te raadplegen echter niet weg.
Geen gevolgen voor tarieven Schiphol
De constatering heeft uiteindelijk geen gevolgen voor de tarieven. Volgens de ACM kan het gebrek niet worden hersteld door Schiphol opdracht te geven de tarieven opnieuw vast te stellen. Bij zo’n nieuwe vaststelling zou de wettelijke consultatieregeling namelijk juist niet van toepassing zijn.
De ACM weegt bovendien mee dat DHL, FedEx en UPS ook lid zijn van ACN. Die organisatie heeft de informatie wel ontvangen en kon hun belangen tijdens de consultatie vertegenwoordigen. DHL heeft daarnaast zelf een zienswijze ingediend en een aanvraag bij de ACM gedaan.
De uiteindelijke conclusie van de ACM is daarom dat de bezwaren van TLN geen grond opleveren om vast te stellen dat de tarieven en voorwaarden van Schiphol in strijd zijn met de Wet luchtvaart. De tarieven blijven daarmee overeind.
TLN kan nog tegen het besluit in beroep. Op basis van eerder gemaakte procesafspraken met het CBb heeft de brancheorganisatie tot en met 1 september 2026 om een gemotiveerd beroep in te dienen.






