ROTTERDAM – De Nederlandse vlag is gezakt naar de negende plaats op de witte lijst van het Paris MoU on Port State Control. Nederland stond over 2024 nog op de vierde plaats. Opvallend is dat het aantal aanhoudingen van Nederlandse schepen juist flink is afgenomen. Volgens de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) betekent de lagere positie dan ook niet dat Nederland slechter is gaan presteren: andere vlaggenstaten deden het simpelweg nog beter.
Wanneer schepen een buitenlandse haven aandoen, kunnen zij worden onderworpen aan een havenstaatcontrole. Daarbij wordt gecontroleerd of het schip voldoet aan internationale regelgeving op onder meer het gebied van veiligheid, milieu en arbeidsomstandigheden.
Of een schip wordt geïnspecteerd, hangt onder meer af van het risicoprofiel. De vlag waaronder het schip vaart, speelt daarbij een rol. Een vlaggenstaat die goed presteert tijdens havenstaatcontroles geldt als een kwaliteitsvlag. Dat kan het risicoprofiel van schepen verbeteren en daarmee de inspectiedruk verlagen.
Nederland sinds 2016 onafgebroken in top 10
De Nederlandse vlag staat volgens de KVNR internationaal bekend als kwaliteitsvlag. Nederland behoort sinds 2016 onafgebroken tot de top 10 binnen de inspectieregio van het Paris MoU.
Op 1 juli 2026 publiceerde het Paris MoU de nieuwe witte, grijze en zwarte lijsten, gebaseerd op de prestaties over 2025. Nederland kwam daarbij uit op de negende plaats van de witte lijst. Een jaar eerder stond Nederland nog vierde.
Volgens de KVNR was het daardoor dit jaar “spannender dan normaal” of Nederland zijn positie in de top 10 zou behouden.
Minder Nederlandse schepen aangehouden
De daling met vijf plaatsen is opvallend. In 2025 werden tijdens controles 13 Nederlandse schepen aangehouden, tegenover 21 aanhoudingen in 2024.
Op basis van alleen dat cijfer zou volgens de KVNR eerder een hogere positie op de ranglijst kunnen worden verwacht.
Het aantal aanhoudingen in 2025 is bovendien vergelijkbaar met 2021, 2022 en 2023. Nederland eindigde in die jaren respectievelijk op de tweede, vierde en tweede plaats.
Ook bij de redenen waarom Nederlandse schepen in 2025 werden aangehouden, ziet de redersvereniging geen wezenlijk ander beeld dan in voorgaande jaren.
Ranglijst kijkt naar periode van drie jaar
De positie op de lijst wordt echter niet uitsluitend bepaald door het aantal schepen dat in één jaar wordt aangehouden. Onder meer het aantal inspecties en aanhoudingen gedurende de afgelopen drie jaar wordt meegenomen.
Daarnaast speelt de zogenoemde ‘excess factor’ een belangrijke rol. Deze statistische maatstaf geeft aan hoe een vlaggenstaat presteert ten opzichte van een door het Paris MoU gehanteerde referentiewaarde van 7 procent aanhoudingen over een periode van drie jaar.
Daarbij wordt rekening gehouden met zowel het aantal inspecties als het aantal aanhoudingen.
Een excess factor onder nul betekent dat een vlaggenstaat op de witte lijst terechtkomt en daarmee beter dan gemiddeld presteert. Een score tussen nul en één leidt tot plaatsing op de grijze lijst en bij een excess factor boven één komt een vlag op de zwarte lijst terecht.
‘De lat blijft stijgen’
Volgens de KVNR laten het aantal aanhoudingen, het aanhoudingspercentage en de excess factor zien dat Nederland in 2025 ongeveer even goed presteerde als in voorgaande jaren. Het verschil is dat acht andere vlaggenstaten nog beter presteerden.
De redersvereniging vergelijkt het met de wielersport: een prestatie waarmee een renner het ene jaar op het podium van de Tour de France eindigt, kan een jaar later nog maar voldoende zijn voor een plaats in de top 10.
“De lat blijft stijgen, wat gisteren een topprestatie was, is vandaag de norm”, concludeert de KVNR.
Ondanks de daling van plaats vier naar negen blijft Nederland daarmee op de witte lijst van het Paris MoU en behoort de Nederlandse vlag voor het elfde achtereenvolgende jaar tot de top 10.






