spot_imgspot_imgspot_imgspot_img
HomeTRANSPORTNIEUWSScheepvaartRechtbank: binnenvaartvervoerder aansprakelijk voor vochtschade aan lading kunstmest

Rechtbank: binnenvaartvervoerder aansprakelijk voor vochtschade aan lading kunstmest

ROTTERDAM – Een binnenvaartvervoerder is aansprakelijk voor de schade aan een lading kunstmest die tijdens een transport van België naar Duitsland nat raakte en verklonterde. De rechtbank Rotterdam oordeelt dat de lading in goede en droge staat aan boord is gegaan en deels beschadigd werd afgeleverd. Verschillende pogingen van de vervoerder om zich op ontheffing van aansprakelijkheid te beroepen, slagen niet.

Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2026, die op 31 juli is gepubliceerd. De zaak draait om het vervoer van ruim 1.201 ton diammoniumfosfaat (DAP), een kunstmeststof, van Gent in België naar Regensburg en Straubing in Duitsland.

De opdrachtgever had voor het vervoer een overeenkomst gesloten met een logistiek dienstverlener, die het vervoer vervolgens uitbesteedde. Het daadwerkelijke transport werd uitgevoerd met een binnenschip.

Kunstmest nat en verklonterd

Het schip werd op 23 november 2023 in Gent geladen. Tijdens de reis naar Regensburg kreeg het te maken met sneeuwval. Op 2 december arriveerde het schip in Regensburg en twee dagen later werd begonnen met lossen.

Tijdens die werkzaamheden bleek een deel van de kunstmest nat en verklonterd te zijn. Uiteindelijk werd vastgesteld dat 1,7 ton kunstmest zo ernstig was verklonterd dat deze als economisch verloren moest worden beschouwd.

Een in opdracht van de ladingbelanghebbende ingeschakelde expert concludeerde dat tijdens de reis gesmolten sneeuw in het laadruim was terechtgekomen. Sneeuw zou zich op de luiken hebben verzameld en na veranderingen in de weersomstandigheden via de overlappende delen van de luiken naar binnen zijn gekomen. Een deskundige die namens de vervoerder onderzoek deed, betwistte die lezing.

‘Goed erin, fout eruit’

Voor de rechtbank was van belang in welke toestand de kunstmest aan boord was gekomen. Volgens de vervoerder was niet aangetoond dat de lading bij het laden droog was. Daarbij werd onder meer gewezen op de hoge luchtvochtigheid in Gent en het feit dat DAP hygroscopisch is en dus vocht kan aantrekken.

De rechtbank ging daar niet in mee. Uit een inspectierapport bij de belading bleek volgens de rechtbank dat het product droog was en geen tekenen van vocht of binnendringend water vertoonde. De kunstmest was voorafgaand aan het laden bovendien gezeefd om klonten die tijdens de opslag waren ontstaan te verwijderen.

De rechtbank concludeert daarom dat de lading droog en in goede staat aan boord is gegaan. Bij aankomst in Regensburg was een deel beschadigd. Daarmee is volgens de rechtbank sprake van ‘goed erin, fout eruit’ en is de vervoerder op grond van het CMNI in beginsel aansprakelijk.

Vochtgevoeligheid kunstmest geen reden voor ontheffing

De vervoerder beriep zich vervolgens op de bijzondere aard van de goederen. Kunstmest is vochtgevoelig en kan door het opnemen van vocht gaan verklonteren.

Ook dat verweer houdt geen stand. Volgens de rechtbank staat vast dat de schade het gevolg was van vocht dat tijdens de reis op de lading heeft ingewerkt. Dat kan zijn veroorzaakt door condensatie of doordat vocht via kieren in de luiken is binnengedrongen.

Beide mogelijke oorzaken betekenen volgens de rechtbank niet dat de schade voortvloeit uit de bijzondere aard van de lading. De vochtgevoeligheid van de kunstmest was bij aanvang van het vervoer bekend en geaccepteerd. De vervoerder had zich bovendien verplicht een voor de lading en reis geschikt schip beschikbaar te stellen.

Beroep op vervoersvoorwaarden slaagt evenmin

Ook een beroep op de Internationale Vervoersvoorwaarden 2010 (IVTB 2010) hielp de vervoerder niet. De vervoerder stelde onder meer dat aansprakelijkheid op grond van artikel 17 lid 3 zou zijn uitgesloten wanneer het verlies minder dan 2 procent van het totale gewicht van de partij bedraagt.

De rechtbank oordeelt echter dat deze bepaling, zoals partijen die uitleggen, nietig is omdat daarmee de aansprakelijkheid van de vervoerder in strijd met het CMNI wordt beperkt of uitgesloten.

Ook het beroep op mogelijke gebreken aan de luiken van het schip slaagt niet. De vervoerder heeft volgens de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat voor aanvang van de reis de nodige zorgvuldigheid is betracht om eventuele gebreken te ontdekken.

Vervoerder aansprakelijk, hoogte schade nog niet definitief

De rechtbank komt uiteindelijk tot de conclusie dat de vervoerder aansprakelijk is voor de schade aan de lading. Over de uiteindelijke hoogte van de schade is de procedure echter nog niet afgerond.

De transportverzekeraar had €26.742,81 aan schadevergoeding uitgekeerd. In dat bedrag zitten onder meer extra vrachtkosten, liggeld, opslagkosten en kosten voor het zeven van de kunstmest.

Een bedrag van €7.500 aan extra vracht- en gerelateerde kosten acht de rechtbank toewijsbaar. Voor verschillende andere posten, waaronder opslag-, uitbestedings- en zeefkosten en twee creditnota’s, moet nog bewijs worden geleverd. De gevorderde expertisekosten van €2.920,50 worden afgewezen. Volgens de rechtbank is onvoldoende onderbouwd dat deze kosten zijn gemaakt ter beperking van de schade.

De rechtbank heeft bepaald dat de betrokken partijen uiterlijk op 12 augustus 2026 moeten aangeven hoe zij het gevraagde bewijs willen leveren. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres

MEER NIEUWS

Transportrisico

Van der Lee

Hankook Tyres