ROERMOND – De rechtbank Limburg heeft een boete voor een transportbedrijf uit Nuth wegens een ernstig arbeidsongeval verlaagd van 15.750 euro naar 11.025 euro. Volgens de rechtbank mocht de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wel degelijk een boete opleggen, maar had deze vanwege de eigen schuld van het slachtoffer en de overschrijding van de redelijke termijn moeten worden gematigd.
Het ongeval vond plaats op 5 september 2022 tijdens werkzaamheden met een steenoplegger. Bij het openen van een zijklep vielen gestapelde bouwhekblokken van de oplegger, waarna de chauffeur door de vallende lading werd geraakt. Het slachtoffer liep daarbij gebroken borstwervels op en verbleef meer dan twee dagen in het ziekenhuis.
Boete wegens overtreding Arbowetgeving
Na onderzoek stelde de Arbeidsinspectie vast dat sprake was van overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Volgens de minister waren onvoldoende maatregelen genomen om te voorkomen dat werknemers geraakt konden worden door vallende lading.
Het oorspronkelijke boetenormbedrag bedroeg 9.000 euro. Vanwege de omvang van het bedrijf werd dit bedrag met 50 procent verlaagd, maar vervolgens weer verhoogd vanwege de ernst van het letsel en de ziekenhuisopname. Uiteindelijk kwam de boete uit op 15.750 euro.
Het transportbedrijf stelde onder meer dat het slachtoffer ervaren was, instructies had gekregen en zelf bewust risico’s had genomen door door te gaan met het openen van andere zijwanden nadat eerder al bijna een ongeval was gebeurd.
Geen veilige werkwijze vastgelegd
De rechtbank oordeelde dat het bedrijf onvoldoende had gedaan om de risico’s van het laden en lossen van de steenoplegger te voorkomen. Zo waren de specifieke risico’s niet opgenomen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en was geen veilige werkwijze vastgelegd. Ook adequate instructies en toezicht ontbraken volgens de rechtbank.
Wel stelde de rechtbank vast dat het slachtoffer “op eigen initiatief en tegen beter weten in buitengewoon onvoorzichtig” had gehandeld. De chauffeur ging namelijk verder met het openen van andere zijwanden nadat hij eerder vallende bouwhekblokken nog maar net had weten te ontwijken. Volgens de rechtbank had hij eerst moeten controleren of de lading op meerdere plekken instabiel was voordat hij doorging met zijn werkzaamheden.
Om die reden had de minister de boete volgens de rechtbank met 15 procent moeten matigen wegens eigen schuld van het slachtoffer. Daarnaast werd de boete nog eens met 15 procent verlaagd omdat de behandeling van de zaak te lang had geduurd.
De rechtbank verklaarde het beroep van het transportbedrijf gegrond en stelde de uiteindelijke boete vast op 11.025 euro.





